Minister Andrew Baasaron van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie laat vanochtend vroeg, nog vóór de behandeling van het kort geding van rijstimporteur B. Ramadhin om 10.30 uur, beslag leggen op de omstreden partij van bijna 385 ton rijst uit Guyana. Volgens de minister is de rijst zonder de vereiste importvergunning binnengebracht en is sprake van een economisch delict. Hij wil daarnaast dat het ministerie van Financiën en Planning hard optreedt tegen douanefunctionarissen die een deel van de lading hebben vrijgegeven, terwijl volgens hem niet aan de vereisten voor invoer was voldaan.

“Nog voordat de importeur zijn rechtszaak begint gaan wij alvast beslag leggen”, zegt Baasaron in gesprek met Starnieuws. De minister zegt bewust direct in te grijpen, omdat volgens hem bij de invoer niet alleen een fytosanitaire kwestie speelt, maar ook de economische wetgeving is overtreden. “Het is een economisch delict. Dus dat geeft ons de rechtmatigheid om nu in te grijpen”, stelt hij. Volgens de minister zal de Economische Controle Dienst (ECD) samen met politie-inspecteurs optreden. Hij zegt zijn diensten al in het weekend “in stelling” te hebben gebracht.

Het ingrijpen komt enkele uren voordat de kantonrechter zich om 10.30 uur buigt over het verzoek van Ramadhin. De ondernemer heeft de Staat, in het bijzonder het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV), in kort geding gedagvaard. Hij wil onder meer afdwingen dat de partij wordt geïnspecteerd en dat, indien daarbij geen fytosanitair risico wordt vastgesteld, de vereiste toestemming wordt verleend. Ramadhin vraagt de rechter ook de Staat te verbieden de rijst terug te sturen naar Guyana, te vernietigen, te verbranden of anderszins te behandelen. Aan zijn vorderingen koppelt hij een dwangsom van SRD 1 miljoen per dag bij niet-naleving.

Baasaron brengt een tweede vergunningstraject in de zaak naar voren. Volgens hem is rijst opgenomen op de zogenoemde negatieve lijst en mag het product alleen met een vergunning worden ingevoerd. Aanvragen daarvoor worden verwerkt via het Suriname Electronic Single Window. “Rijst is vergunningsplichtig. Wij hebben in het systeem geen aanvraag voor import van rijst”, zegt de minister. Volgens hem is dat een afzonderlijke overtreding, naast de kwestie die LVV eerder heeft aangekaart over het ontbreken van voorafgaande fytosanitaire toestemming.

LVV-minister Mike Noersalim stelde eerder dat de partij van ongeveer 384,8 ton Suriname is binnengebracht zonder dat vooraf de voorgeschreven fytosanitaire procedure bij zijn ministerie was doorlopen. Uit de stukken bij het kort geding blijkt ook dat de aanvraag voor een Surinaamse fytosanitaire importvergunning pas op 2 oktober is ingediend, nadat de lading al in Suriname was aangekomen. Ramadhin bestrijdt dat hij controles heeft willen verhinderen. In het verzoekschrift stelt hij dat hij de rijst na overleg opnieuw naar de haven heeft laten terugbrengen en zich beschikbaar heeft gehouden voor verdere controle.

De zaak krijgt volgens Baasaron daarnaast een vervolg binnen de Douane. Hij bevestigt dat een deel van de lading al was vrijgegeven en van de haven was gehaald. “De Douane heeft vrijgegeven. En dat is fout gegaan”, zegt hij. De minister zegt daarom bij het ministerie van Financiën en Planning, waaronder de Douane ressorteert, te hebben aangedrongen op hard optreden. Hij wil dat wordt nagegaan hoe de lading kon worden vrijgegeven terwijl volgens hem niet aan alle vereisten was voldaan.

“Er zijn stukken waar de Douane weet waaraan de lading moet voldoen, al voordat ze dat vrijgeven. Voor welke reden dan ook hebben ze dat niet gedaan”, stelt de minister. Hij zegt te hebben gevraagd dat de leiding van Financiën, de belastingdienst en de Douane optreedt en dat degenen die de vrijgave hebben toegelaten worden aangepakt. Daarmee richt het optreden zich volgens Baasaron niet alleen op de importeur. Ook binnen de overheidsdiensten moet volgens hem worden vastgesteld wie verantwoordelijk is geweest voor het vrijgeven van de lading.

Baasaron wijst ook op de combinatie van rijst en ureum die met de MV Falk uit Guyana is aangevoerd. Volgens documenten die bij het kort geding zijn overgelegd, ging het bij de rijst om ongeveer 384,8 ton. De stukken bevatten onder meer de bill of lading, Guyanese certificaten en Surinaamse douanedocumenten.

De minister zegt dat voor de ureum wel een aanvraag bekend was, maar niet voor de rijst. Hij beschuldigt de importeur ervan de autoriteiten op het verkeerde spoor te hebben gezet. Of sprake is geweest van opzettelijke misleiding of smokkel zal uit het verdere onderzoek en een eventuele strafrechtelijke procedure moeten blijken. Baasaron wijst er tevens op dat rijst en ureum met hetzelfde schip zijn aangevoerd. Hij uit zorgen over de wijze waarop beide goederen zijn vervoerd en zegt dat ook dit nader moet worden onderzocht.

Baasaron zegt uitdrukkelijk dat de partij niet naar Guyana wordt teruggestuurd. “Het wordt niet teruggestuurd”, aldus de minister.

Dit standpunt van Baasaron ligt hard tegenover de eis van Ramadhin aan de rechter om de staat te verbieden de rijst terug te zenden, te vernietigen of verder te behandelen. Economische Zaken wil de partij nu vóór de behandeling van dat verzoek onder beslag brengen vanwege het door Baasaron gestelde economische delict. “Daarom grijp ik nu direct in, voordat die mannen een civiel proces inzetten”, zegt Baasaron. Volgens hem kan de civiele procedure het optreden vanwege een economisch delict niet blokkeren.

De ECD moet daarom vandaag heel vroeg optreden. Enkele uren later, om 10.30 uur, begint het kort geding waarin Ramadhin tegenover de Staat staat.