Terwijl de roverheid druk bezig is zichzelf en haar eigen vermogen te beschermen via ‘wetgeving’, wordt tegelijkertijd via andere ‘wetgeving’ de weg vrijgemaakt voor maximale plundering en confiscatie van het vermogen van de bevolking. Dit alles tegen de achtergrond van een ‘rechterlijke macht’ die, mede dankzij ‘wetgeving’, astronomische bedragen ontvangt uit diezelfde ‘inkomsten’ van de roverheid.

Je zou verwachten dat deze openlijke en schaamteloze verdere versteviging van de bestaande machtsgreep onmiddellijk alle alarmbellen zou doen afgaan. Blijkbaar is het volk op de plantage Suriname inmiddels echter dusdanig in slaap gesust dat het niet doorheeft wat er straks op hen afkomt.

Mij verbaast dit al jaren niet meer. Het is uiteindelijk toch hetzelfde volk dat elk jaar op 1 juli de ‘afschaffing’ van de slavernij viert, zonder te beseffen dat het huidige systeem gewoon een andere en, volgens Anton de Kom, zelfs hardere vorm van slavernij is waarin het is geluisd.

Slaven die in de illusie leven dat ze vrij zijn en dat het dagelijkse misbruik dat ze ervaren ‘normaal’ en in hun voordeel is, zijn volgens de voormalige Amerikaanse slaaf Frederick Douglass immers ideale slaven in de ogen van hun eigenaren.

En dan heb je enkele ‘parlementariërs’ die ‘bezorgd’ zijn, of althans zich zo voordoen, terwijl we weten wat er uiteindelijk zal gebeuren. Ze gaan gewoon vóór stemmen, zoals het een goede huisslaaf betaamt, die uiteindelijk ook meegeniet van de kruimels die de meester tijdens het eten achterlaat.

Wie weet, misschien knaagt er toch iets aan hun geweten en realiseren ze zich nog een heel klein beetje wat ze straks over het volk heen laten komen. Inclusief over zichzelf, hun kinderen en toekomstige kleinkinderen. Misschien voelen ze ergens toch aan dat de karmische gevolgen die ze over zich afroepen niet bepaald gunstig zullen zijn.

Op 12 april 2012 schreef ik een open brief aan de toenmalige opperbasja van de plantage Suriname, met een kopie aan Jennifer Simons en Adelien Wijnerman. In mijn brief zette ik uiteen wat de functie is van (inkomsten)belastingen binnen het huidige antisociale systeem van uitbuiting en slavernij.

Nu, veertien jaar later, zien we dat deze zelfde mensen, terwijl ze aangeven dat ‘den o kenki a systeem’, niet alleen het systeem voortzetten, maar ook actief bijdragen aan de verdere verslechtering ervan voor het individu.

Ik begrijp ze wel, want veel keus heb je niet als basja. Je moet doen wat de meesters willen, anders zijn er consequenties. Geen wonder dat Simons nu regelmatig aangeeft te willen blijven leven.

Het zou goed zijn om na te gaan waar de impulsen vandaan komen om dergelijke ‘wetgeving’ door te voeren. Interessant werk voor de weinige onderzoeksjournalisten onder ons.

De consequenties van de ‘wetgeving’ die ze straks gaan doordrukken, zijn voorspelbaar. Ik heb die ook uitvoerig besproken in mijn open brief.

Terwijl er veel wordt gesproken over het aanpakken van corruptie, is het ironische dat deze ‘wetgeving’ volgens mij juist zal leiden tot een toename en nog ernstigere vormen van corruptie. Mensen zullen straks immers, zeer terecht, naar allerlei mogelijkheden zoeken om zichzelf te beschermen tegen het terrorisme van de roverheid.

Dit zal zorgen voor een verdere verzieking en snellere achteruitgang van de samenleving. Uiteindelijk zal dit eindigen in een algehele instorting. Dit is een terugkerend patroon bij systemen die fundamenteel zijn gebaseerd op de schending van het Universele Recht op Leven van het individu.

Ze dragen een fundamentele tegenstrijdigheid in zich: ze pretenderen de samenleving te ordenen en te beschermen, onder andere via ‘wetgeving’, terwijl ze tegelijkertijd de rechten schenden van de mensen die deel uitmaken van diezelfde samenleving. Deze innerlijke tegenstrijdigheid maakt het systeem op den duur onhoudbaar.

De geschiedenis biedt hiervan talloze voorbeelden, maar we zien het nu ook gebeuren in andere landen, zoals Nederland en België, waar steeds meer mensen op de vlucht slaan voor de plaatselijke roverheid. Want het recht hebben ze zeker niet meer aan hun kant, vooral niet wanneer rechters zelf meeprofiteren van de gelegaliseerde afpersing en uitbuiting.

De vraag is dus niet óf de rekening uiteindelijk gepresenteerd zal worden, maar wie die zal moeten betalen en hoeveel er tegen die tijd nog over zal zijn om te redden.

Want wie vandaag meewerkt aan de verdere knechting en verarming van de bevolking, draagt bij aan de omstandigheden die morgen ook zijn eigen ondergang zullen betekenen.

Karel Donk