Minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.
Minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (MinOWC) blijft inzetten op overleg met de onderwijsbonden, ondanks zijn kritiek op de oproep aan ouders om hun kinderen donderdag niet naar school te sturen. Bij een bezoek aan zes scholen op de eerste schooldag constateerde de bewindsman dat de situatie per school verschilde: op drie scholen waren zowel leerkrachten als leerlingen aanwezig, terwijl op drie andere scholen wel leerkrachten aanwezig waren, maar geen leerlingen.

Minister Currie oriënteerde zich donderdag, 1 oktober, bij de start van het nieuwe schooljaar op zes scholen. Volgens de bewindsman bleek daar dat verschillende schoolleiders en leerkrachten zich goed hadden voorbereid op de start van het schooljaar.

Op drie van de bezochte scholen waren zowel leerkrachten als leerlingen aanwezig. Op de overige drie scholen waren volgens Currie wel leerkrachten aanwezig, maar waren de leerlingen niet gekomen.

De bewindsman zegt verbaasd te zijn over de oproep van een deel van de onderwijsbonden om leerkrachten wel naar school te laten gaan, maar ouders te vragen hun kinderen thuis te houden. Currie zegt bovendien dat hij de brief met de oproep via een informeel kanaal heeft ontvangen en niet rechtstreeks van de betrokken bonden. Volgens hem staat het ministerie echter voortdurend in contact met de onderwijsorganisaties.

Het meest recente overleg vond dinsdag 29 september plaats. Daarbij is volgens de minister onder meer gesproken over de uitvoering van de overeenkomst die partijen in juni hebben ondertekend. De afspraken worden volgens hem periodiek geëvalueerd. “We hebben daarover goede afspraken gemaakt en ook afgesproken dat we komende week de vervolgafspraken doen”, aldus Currie.

Start op 1 oktober blijft uitgangspunt

Ook de start van het nieuwe schooljaar is tijdens het overleg met de bonden besproken. Volgens Currie hadden de bonden voorgesteld om leerlingen op een later moment naar school te laten komen. Het ministerie heeft volgens de bewindsman vastgehouden aan het besluit om de scholen op 1 oktober te openen. “We hebben toen duidelijk gemaakt dat het besluit van het ministerie is om op 1 oktober de scholen te starten, omdat we niet vlak voor de start van het schooljaar verandering willen brengen in de situatie”, zegt Currie.

De minister benadrukt dat het besluit over de officiële start van het schooljaar bij het ministerie ligt.

Over de door de onderwijsbonden genoemde tekorten aan leerkrachten zegt Currie dat deze situatie niet voor iedere school geldt. 
Volgens de minister is het van belang dat, wanneer de beschikbare leerkrachten en schoolleiding aanwezig zijn, de organisatie op schoolniveau op een correcte manier wordt uitgevoerd.

Currie roept daarom ouders op hun kinderen naar school te sturen. Tegelijkertijd vraagt hij schoolleiders en leerkrachten om actief contact te zoeken met ouders en hen te informeren over de situatie op hun school.

Op de scholen waar wel leerlingen aanwezig waren, hadden schooldirecteuren volgens de minister aangegeven dat zij tijdig waren begonnen met het benaderen van ouders.

Overleg met bonden wordt voortgezet

Currie zegt dat er bij ouders vertrouwen bestaat in de schoolleiding van de scholen die hij heeft bezocht. Ook stelt hij dat de bestaande knelpunten dinsdag uitgebreid met de onderwijsbonden zijn besproken en dat hij daarbij naar de verschillende argumenten heeft geluisterd.

Het tekort aan leerkrachten vormde volgens de minister geen reden om leerlingen niet op te vangen.

Hoewel er donderdag nog geen nieuw contact met de onderwijsbonden is geweest, verwacht Currie dat het overleg volgende week wordt voortgezet.

Daarmee blijft de dialoog tussen het ministerie en de onderwijsorganisaties volgens de bewindsman een belangrijk instrument om de resterende vraagstukken rond de start van het nieuwe schooljaar aan te pakken.