Carlo Jadnanansing
In SJB 2026 no. 2 is van de hand van mr. dr. Hugo Fernandes Mendes (HFM) een verontrustend artikel verschenen onder de titel De actuele staat van het constitutioneel bestel. Hij schetst daarin de staat van het Surinaamse staatsbestel en bespreekt de Grondwet (GW), de Kiesregeling, het kiesstelsel, de integriteit van de Staat, de Rechterlijke Macht en het Constitutioneel Hof (CHof).

HFM beschouwt zijn bijdrage als een stresstest van de kwaliteit en de actuele staat van de democratie en de rechtsstaat. Hij herinnert eraan dat de constitutionele start van de Republiek Suriname overhaast en onder een slecht politiek gesternte tot stand kwam. De GW van 1975 werd slechts enkele dagen vóór de onafhankelijkheid goedgekeurd en afgekondigd. Na de coup van februari 1980 werd zij buiten werking gesteld. De periode 1980-1987 typeert HFM als een grondwetloze periode waarin de democratie en de rechtsstaat een historisch dieptepunt bereikten.

Grondwet van 1987: een zwakke basis
In 1987 werd na een referendum de tweede GW vastgesteld. Volgens HFM zijn zowel de inhoud als de wijze van totstandkoming problematisch. Anders dan in 1975 was er geen gekozen parlement en dus geen parlementair debat. Ook ontbrak een MvT.

De nieuwe GW bracht ingrijpende wijzigingen in het staatsbestel. Zo werd een politieke president ingevoerd die verantwoording verschuldigd is aan DNA, terwijl de functie van minister-president verdween. Volgens HFM wordt de president in de praktijk soms als exponent van een presidentieel stelsel beschouwd, terwijl de GW bepaalt dat DNA het hoogste orgaan van de Staat is en de president door het parlement wordt gekozen.

Het aantal zetels van DNA werd zonder duidelijke argumentatie verhoogd van 39 naar 51 en er werd een nieuw kiesstelsel ingevoerd. Ook werd decentralisatie nagestreefd door de instelling van ressort- en districtsraden. Tegelijkertijd bleef de GW op belangrijke punten onvolledig. Zo ontbreekt een regeling voor tussentijdse ontbinding van DNA. Ondanks afspraken om hierin verandering te brengen, gebeurde dit niet. In 1999 werd DNA na een ernstig politiek conflict tussentijds ontbonden. HFM signaleert verder een verzwakking van de onafhankelijkheid van belangrijke staatsinstituten. Hoewel politieke partijen sinds 1987 herhaaldelijk een integrale grondwetswijziging hebben aangekondigd, is die uitgebleven.

Politieke partijen en verkiezingen
Volgens HFM zijn politieke partijen in Suriname vooral kiesverenigingen die zich onder meer op etnische en religieuze grondslag organiseren. Zij vormen bovendien een belangrijke toegang tot politieke en bestuurlijke functies. De GW stelt voorwaarden aan de interne partijdemocratie, maar deze worden onvoldoende nageleefd.

Ook de financiering van politieke partijen blijft volgens HFM een integriteitsrisico. Waarschuwingen van het OKB en internationale waarnemers, waaronder CARICOM en de OAS, zouden onvoldoende zijn opgevolgd. In 2023 oordeelde het CHof dat het toenmalige kiesstelsel in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod. De noodzakelijke aanpassingen werden onder grote tijdsdruk doorgevoerd. Een aangekondigde, meer fundamentele herziening van de GW en het kiesstelsel is uitgebleven.

Ook de verkiezingen van 2025 verliepen volgens HFM niet vlekkeloos. De nieuwe Kiesregeling vertoonde tekortkomingen. De OAS plaatste bovendien vraagtekens bij de rol van de president bij de benoeming van leden van het OKB en het CHof vanwege mogelijke belangenconflicten.

Integriteit en Rechterlijke Macht
HFM noemt corruptie een ernstig en diepgeworteld maatschappelijk probleem. Hoewel opeenvolgende regeringen hebben beloofd dit krachtig te bestrijden, blijft de uitvoering achter. Ook de Anti-corruptie Commissie zou onvoldoende middelen hebben om haar taak naar behoren uit te voeren.

Tegenover dit sombere beeld staat volgens HFM de Rechterlijke Macht. De GW van 1987 heeft de positie van de rechter versterkt als waarborg voor de rechtsstaat. De rechter kan handelingen van de wetgevende en uitvoerende macht toetsen en wetten die in strijd zijn met grondrechten in concrete gevallen buiten toepassing laten.

CHof
Het CHof, dat pas in 2020 operationeel werd, heeft zich volgens HFM in korte tijd ontwikkeld tot een constitutionele waakhond. In oktober 2025 werd het Hof toegelaten tot de World Conference on Constitutional Justice. Deelname was echter niet mogelijk omdat nieuwe benoemingen uitbleven. Het Hof is momenteel niet operationeel.

HFM betreurt dat herstel van het Hof ook voor de nieuwe regering kennelijk geen prioriteit heeft.

Conclusie
HFM komt tot een weinig geruststellend slot. De huidige GW is poreus, onvolledig, onduidelijk en sterk verouderd. Zij biedt onvoldoende houvast voor de ontwikkeling van het land en laat ruimte voor uiteenlopende interpretaties.

Achtereenvolgende regeringen hebben hervormingen aangekondigd en commissies ingesteld, maar een integrale herziening is uitgebleven. Politieke partijen vervullen een spilfunctie in de democratie, maar voldoen volgens HFM onvoldoende aan de constitutionele eisen van interne democratie. Hij pleit ervoor dat ministers en de president geen bestuursfuncties binnen politieke organisaties mogen bekleden.

De Rechterlijke Macht vormt volgens HFM een positieve uitzondering op het geschetste sombere beeld. Zijn eindconclusie is duidelijk: het constitutioneel bestel van Suriname staat er niet goed voor. Een fundamentele herziening van de GW kan niet langer worden uitgesteld!

Carlo Jadnanansing