Een reactie op: Rasoelbaks waarschuwt voor wetswijzigingen: 'Het boemerangeffect loert'.

De oproep van hofpresident Iwan Rasoelbaks tot voorzichtigheid bij de hervorming van de rechterlijke macht verdient serieuze aandacht. Een onafhankelijke rechterlijke macht is immers een noodzakelijke pijler van de rechtsstaat. Zonder rechters die vrij zijn van politieke druk, partijbelangen en financiële machtsgroepen, verwordt rechtspraak tot een instrument van de sterkste. Toch roept het debat over de voorgestelde derde rechterlijke instantie en vooral over de benoeming van rechters “voor het leven” belangrijke vragen op.
Onafhankelijkheid is noodzakelijk, maar zij mag niet veranderen in onaantastbaarheid. De rechterlijke macht moet onafhankelijk zijn van de regering en het parlement, maar kan niet onafhankelijk worden verklaard van iedere vorm van maatschappelijke controle, transparantie en verantwoording. Anders dreigt een gesloten juridisch machtscentrum te ontstaan dat zichzelf benoemt, zichzelf beschermt en zich tegenover de samenleving niet meer hoeft te verantwoorden.

Wat betekent “voor het leven” precies? Bedoelt men dat een rechter tot de biologische dood actief blijft rechtspreken? Kan iemand op 98-jarige leeftijd nog steeds zonder meer rechtszaken behandelen? Wie beoordeelt de blijvende geestelijke en lichamelijke geschiktheid? Wat gebeurt er bij dementie, langdurige ziekte of ernstige cognitieve achteruitgang? Zonder een duidelijke pensioenleeftijd en een zorgvuldige procedure voor blijvende ongeschiktheid kan levenslange benoeming leiden tot institutionele verstarring.

Daarbij moet een principieel onderscheid worden gemaakt tussen benoeming voor het leven en ontslagbescherming. Het eerste kan leiden tot een persoonlijke machtspositie die generaties lang voortduurt. Het tweede is noodzakelijk om te voorkomen dat rechters worden ontslagen omdat zij een regering of politieke meerderheid onwelgevallig zijn. De rechtsstaat heeft dus niet per se levenslang benoemde rechters nodig, maar wel rechters die niet willekeurig kunnen worden ontslagen.

Een vaste, niet-hernieuwbare ambtstermijn kan daarom een beter evenwicht bieden. Een termijn van bijvoorbeeld twaalf of vijftien jaar, gecombineerd met een heldere pensioenleeftijd en ontslag uitsluitend wegens bewezen ernstig plichtsverzuim of blijvende ongeschiktheid, beschermt de rechter tegen politieke druk zonder levenslange institutionele macht te creëren.

Ook de voorgestelde derde instantie verdient een kritische beoordeling. Cassatierechtspraak kan bijdragen aan rechtseenheid en rechtsontwikkeling. Maar een derde rechterlijke laag is niet automatisch een verbetering. Zij kan ook leiden tot langere procedures, hogere kosten en een grotere afstand tussen burger en rechtspraak. Voor arme rechtzoekenden, verdachten zonder goede rechtsbijstand en slachtoffers die al jaren wachten op gerechtigheid, kan cassatie een extra drempel worden.

De centrale vraag is daarom niet alleen of Suriname een derde instantie nodig heeft, maar vooral voor wie. Wordt rechtspraak sneller, goedkoper en toegankelijker? Of wordt vooral de juridische elite versterkt? Een hervorming die meer institutionele autonomie oplevert, maar niet meer rechtvaardigheid voor gewone burgers, kan moeilijk als vooruitgang worden beschouwd.

Ook de eis van minimaal tien jaar rechterlijke ervaring moet worden besproken. Ervaring is waardevol, maar zij garandeert geen onafhankelijkheid, wijsheid of maatschappelijke sensitiviteit. Langdurige ervaring binnen hetzelfde systeem kan ook leiden tot beroepsmatige tunnelvisie en institutionele zelfbevestiging. De toekomstige derde instantie moet daarom niet alleen juridische ervaring, maar ook kennis van mensenrechten, rechtssociologie, sociale ongelijkheid, slachtofferrechten, criminologie en constitutionele democratie waarderen.
De rechterlijke macht mag geen gesloten beroepsgilde worden. Benoeming en ontslag moeten worden beschermd tegen partijpolitieke beïnvloeding, maar ook tegen rechterlijke zelfbenoeming. Een onafhankelijke benoemingscommissie, openbare selectiecriteria, gemotiveerde besluiten en maatschappelijke consultatie zijn noodzakelijk.

Hetzelfde geldt voor het Openbaar Ministerie. Onafhankelijkheid van vervolging is belangrijk, maar onafhankelijkheid mag niet worden verward met oncontroleerbaarheid. Wie controleert het OM wanneer het selectief vervolgt, zaken seponeert of machtige groepen ontziet? Wie bewaakt de onafhankelijkheid van de onafhankelijke instellingen zelf?

De rechtsstaat is geen bezit van rechters, regering, parlement, advocaten of het Openbaar Ministerie. De rechtsstaat behoort toe aan de bevolking. Daarom moet iedere hervorming worden getoetst aan toegankelijkheid, menselijke waardigheid en sociale rechtvaardigheid.
De kern is eenvoudig: geen politieke overheersing van de rechterlijke macht, maar ook geen rechterlijke overheersing van de samenleving. Onafhankelijke rechtspraak is onmisbaar. Onaantastbare rechtspraak is dat niet.

In de bijlage heb ik enkele kritische vragen aan de drie echelons: het HvJ, DNA en de Surinaamse samenleving.

Drs. Ing. Colvin Overdiep MPhil (criminoloog)
Oud-docent Rechtssociologie-Rechtspsychologie, Rotterdam

Documenten: