ASEAN-landen zoeken gezamenlijke uitweg uit energiecrisis door oorlog rond Iran
De 44e ASEAN Ministers on Energy Meeting (AMEM) vindt plaats op 7 en 8 oktober. De bredere reeks bijeenkomsten en het bijbehorende ASEAN Energy Business Forum lopen van 5 tot en met 9 oktober. De Filipijnen, die dit jaar voorzitter zijn van ASEAN, willen tijdens het overleg afspraken maken over een betere voorbereiding op toekomstige energie- en brandstoftekorten, regionale elektriciteitsverbindingen en diversificatie van energiebronnen.
De crisis heeft de kwetsbaarheid van Zuidoost-Azië blootgelegd. Volgens de International Energy Agency (IEA) kwam vóór het uitbreken van de oorlog ongeveer 60 procent van de ruwe-olie-import van Zuidoost-Azië uit het Midden-Oosten. Ook ongeveer een derde van de gasimport was afkomstig uit de regio. Daarnaast was circa 45 procent van de olieproductenvoorziening indirect afhankelijk van ruwe olie uit het Midden-Oosten.
Hormuz als kwetsbare schakel
De Straat van Hormuz is daarmee een cruciale schakel in de energievoorziening van ASEAN. De waterweg, waarlangs een groot deel van de olie- en gasstromen naar Azië loopt, is sinds het uitbreken van het conflict ernstig verstoord.
De ASEAN Centre for Energy schatte in april dat ongeveer 55 procent van de ASEAN-import van ruwe olie uit het Midden-Oosten kwam en dat tot 28 procent van het uiteindelijke olieverbruik in de regio rechtstreeks door de verstoring kon worden geraakt.
De situatie blijft bovendien onzeker. Volgens recente marktgegevens zijn de transportstromen door Hormuz in september gedeeltelijk hersteld, maar de risico's voor scheepvaart en energieprijzen zijn niet verdwenen. De olieprijs bleef begin oktober rond of boven de 100 dollar per vat, terwijl de aanvoerketens en raffinagecapaciteit onder druk blijven staan.
Iran heeft bovendien gezegd dat de Straat van Hormuz niet volledig zal worden heropend zolang niet aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Daarmee blijft de waterweg een belangrijk geopolitiek risico voor de wereldwijde energiehandel.
Filipijnen verklaren nationale energie-noodtoestand
Voor de Filipijnen is de crisis bijzonder urgent. President Ferdinand Marcos Jr. riep op 24 maart een nationale energie-noodtoestand uit. De regering verwees daarbij naar de oorlog in het Midden-Oosten, de verstoring van de internationale oliestromen en de gevolgen van de sluiting van de Straat van Hormuz voor de binnenlandse brandstofvoorziening.
Manilla zette vervolgens een noodprogramma op om extra brandstof veilig te stellen. Eind april waren vier door de overheid geregelde dieselzendingen aangekomen, goed voor ruim 178 miljoen liter.
De situatie is sindsdien verbeterd, maar de kwetsbaarheid blijft. Volgens gegevens van het Filipijnse ministerie van Energie beschikte het land medio september over naar schatting 57 dagen benzinevoorraad en ruim 60 dagen dieselvoorraad. De regering blijft tegelijkertijd maatregelen nemen om de gevolgen van hoge internationale olieprijzen voor consumenten en het openbaar vervoer te beperken.
De Filipijnse minister van Energie, Sharon Garin, heeft daarom aangedrongen op een meer gezamenlijke ASEAN-aanpak. Volgens haar kunnen verstoringen op de wereldwijde energiemarkten snel doorwerken in de regio, via hogere brandstof- en voedselprijzen, hogere productiekosten en druk op huishoudens.

Een medewerker tankt een motorfiets vol bij een tankstation in Quezon City, Metro Manilla, Filipijnen. (Foto: Reuters)
De crisis komt op een moment waarop de energiebehoefte van Zuidoost-Azië sterk toeneemt. Volgens de nieuwste Southeast Asia Energy Outlook 2026 van de IEA is het energiegebruik per inwoner in de regio de afgelopen tien jaar met bijna 30 procent gestegen. Tegelijkertijd is de regionale olieproductie sinds de piek in de jaren negentig met ongeveer 40 procent gedaald.
Vooral elektriciteit wordt een steeds belangrijker onderdeel van de energievoorziening. De IEA verwacht dat de elektriciteitsvraag in Zuidoost-Azië tussen 2026 en 2030 gemiddeld met ongeveer 5,4 procent per jaar zal toenemen. De groei wordt onder meer veroorzaakt door industrie, airconditioning, digitalisering, datacenters en verdere elektrificatie.
Zonder structurele veranderingen kan de afhankelijkheid van ingevoerde fossiele brandstoffen daardoor verder toenemen. De IEA berekent dat de energie-importrekening van de regio bij het huidige beleid kan oplopen van ruim 80 miljard dollar in 2024 tot ongeveer 245 miljard dollar in 2035.
ASEAN Power Grid moet energiezekerheid versterken
Een belangrijk onderwerp in Manilla is daarom de verdere ontwikkeling van het ASEAN Power Grid, waarmee de lidstaten hun elektriciteitsnetten beter met elkaar willen verbinden.
De vooruitgang is de afgelopen jaren concreter geworden. Volgens het nieuwe ASEAN-plan voor energiecoöperatie zijn inmiddels 9 van de 18 prioritaire interconnectieprojecten operationeel. Deze projecten hebben samen een interconnectiecapaciteit van ongeveer 10,2 gigawatt. Een belangrijke stap was daarnaast de ondertekening van een versterkt memorandum van overeenstemming over het ASEAN Power Grid in 2025.
Toch blijft de regionale integratie beperkt. Veel elektriciteitshandel vindt nog steeds plaats via bilaterale afspraken. Verschillen in regelgeving, financiering, nationale belangen en technische standaarden maken een volledig geïntegreerde regionale elektriciteitsmarkt complex.
Voor de Filipijnen is uitbreiding van de regionale verbindingen extra relevant, omdat het land via onderzeese kabelverbindingen beter toegang wil krijgen tot regionale elektriciteitsmarkten. Singapore heeft op zijn beurt belang bij stabiele import van schone elektriciteit uit buurlanden, waaronder Indonesië.
Van noodmaatregelen naar structurele onafhankelijkheid
De ministers bespreken daarnaast de operationalisering van het ASEAN Framework Agreement on Petroleum Security (APSA). Dat moet de landen beter in staat stellen om gezamenlijk te reageren op ernstige verstoringen van de olievoorziening.
Tijdens een speciale vergadering in april spraken de ASEAN-energieministers al over het belang van diversificatie van olie- en gasleveranciers, een betere regionale energiehandel, hernieuwbare energie, biobrandstoffen, elektrische voertuigen en energie-efficiëntie. Ook werd gewezen op de mogelijke rol van civiele kernenergie, onder naleving van internationale veiligheidsnormen.
De ASEAN-landen hebben in het energieplan voor 2026–2030 onder meer als ambitie vastgelegd om de energie-intensiteit tegen 2030 met 40 procent te verminderen en het aandeel hernieuwbare energie op te trekken naar 30 procent van de primaire energievoorziening en 45 procent van de geïnstalleerde elektriciteitscapaciteit.
De inzet is daarmee breder dan alleen het opvangen van de huidige brandstofcrisis. ASEAN probeert de lessen uit de oorlog in het Midden-Oosten te vertalen naar een energievoorziening die minder afhankelijk is van één regio, één transportcorridor of fossiele brandstoffen.
Investeringen worden cruciaal
De ASEAN Centre for Energy presenteerde dinsdag in Manilla bovendien haar nieuwe ASEAN Energy Investment 2026-rapport. Daarin staat de financiering van energiezekerheid, veerkracht en regionale connectiviteit centraal. De organisatie benadrukt dat niet alleen politieke afspraken nodig zijn, maar ook voldoende kapitaal om elektriciteitsnetten, opslag, hernieuwbare energie en grensoverschrijdende verbindingen daadwerkelijk te bouwen.
Daarmee staat ASEAN voor een dubbele opgave: op korte termijn de gevolgen van de oorlog en de onzekerheid rond de Straat van Hormuz opvangen, en tegelijkertijd investeren in een energiesysteem dat minder kwetsbaar is voor dergelijke geopolitieke schokken.
De IEA waarschuwt dat noodmaatregelen alleen niet voldoende zijn. Volgens het agentschap kunnen diversificatie, elektrificatie, energie-efficiëntie en meer hernieuwbare energie de afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele brandstoffen structureel verminderen.
De bijeenkomst in Manilla wordt daarmee een belangrijke test voor de vraag of ASEAN de energiecrisis kan aangrijpen om de bestaande plannen voor regionale energiesamenwerking daadwerkelijk sneller uit te voeren.
ASEAN staat voor Association of Southeast Asian Nations (Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties). Sinds de toetreding van Timor-Leste in 2025 telt ASEAN 11 lidstaten: Brunei, Cambodja, Indonesië, Laos, Maleisië, Myanmar, Filipijnen, Singapore, Thailand, Timor-Leste (Oost-Timor) en Vietnam.
Gisteren
- DP World viert 15 jaar in Suriname met investering in leefomgeving La Vigilantia
- ASEAN-landen zoeken gezamenlijke uitweg uit energiecrisis door oorlog rond Iran
- Suriname wil financiële compensatie voor behoud van minimaal 90 procent bos
- Wereldbank verwacht slechts 2,2% groei voor Latijns-Amerika en Caribisch gebied
- Schandalige arbitrage en racisme in Guatemala: het verzwegen verhaal van Natio
- Criminelen achtervolgen automobilist en lossen schot
- VHP: Geen nieuwe beloften, maar concrete resultaten
- Rechterlijke onafhankelijkheid is geen levenslange vrijbrief
- Hof brengt rechtspraak en legalisatie dichter bij inwoners Marowijne
- Braganza wacht op groen licht voor grootschalige teelt maïs en soja
- Typische warme Oktober-dag
- Heeft Lula zijn eigen politieke tegenpool gecreëerd?
- Column: Een leider moet durven kiezen
- Baasaron legt beslag op illegaal geïmporteerde 385 ton rijst en wil optreden tegen Douane
Eergisteren
- Suriname verliest dramatisch tegen Guatemala; plaats kwartfinale nation league op het spel
- Kunnen wij blij zijn voor een ander?
- Nieuwe Amerikaanse aanval op drugsboot vergroot zorgen in Caraïbisch gebied
- Milieuproject langs Surinamerivier loopt tot 2029
- Vrouw verdronken tijdens bad in kreek
- Gewapende rovers slaan toe bij Powerful Automotive aan Islamstraat
- Man beschoten na gewapende beroving in Dambordstraat
- Regering bouwt een schuldenberg voor onze kinderen
- Aanpak wateroverlast en kustbescherming prioriteit in 2027
- Van goede overheidsregels naar betere resultaten
- Twintig personen geëerd met Maroon Legacy-Wi Rutu Award
- Regering wil zich beter wapenen tegen olie-incidenten
- Een zonnige en warme maandag
- Brazilië naar tweede ronde: Bolsonaro troeft Lula af
- Column: Twee woorden, meer niet 2.0
- Jogi achter Noersalim: 'Rijstsector belangrijker dan politiek belang'