De Douane heeft beslag gelegd op de omstreden partij parboiled rijst die ondernemer Bhagwatpersad Ramadhin uit Guyana heeft geïmporteerd. Daarmee is het uiteindelijk niet de Economische Controle Dienst (ECD) die het beslag heeft uitgevoerd, zoals minister Andrew Baasaron van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie eerder had aangekondigd. Starnieuws verneemt dat inspecteurs van Economische Zaken geen toestemming van het Openbaar Ministerie hebben gekregen om tot beslaglegging over te gaan.

Uit een proces-verbaal van de Douane blijkt dat het beslag maandag om 18.37 uur is gelegd in opdracht van de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen. In het document wordt gesproken over 282 big bags parboiled rice (ruim 385.000 kg), met B. Ramadhin als importeur/ontvanger. De in beslag genomen partij is vervolgens aan boord van de Falk geplaatst en onder toezicht en bewaking gesteld.

De kwestie is dinsdag voor de rechter behandeld. Ramadhin heeft een kort geding aangespannen tegen de Staat en wil bereiken dat de rijst alsnog wordt geïnspecteerd en, indien geen fytosanitair risico wordt vastgesteld, toestemming wordt verleend om de partij in te klaren en in het vrije verkeer te brengen. De Staat verzet zich hiertegen en stelt dat Ramadhin niet over de vereiste vergunningen beschikte toen de rijst Suriname werd binnengebracht.

Rijst staat op de zogenoemde Negatieve Lijst en mag niet zonder voorafgaande invoervergunning worden geïmporteerd. Daarnaast gelden voor rijst als plantaardig product fytosanitaire voorschriften. De importeur moet vooraf toestemming voor invoer aanvragen. Uit het proces-verbaal van de Douane blijkt ook meer over de eerdere vrijgave van een deel van de rijst. De partij was op 30 september aangegeven. Toen de Douane de aangifte en bijbehorende documenten wilde controleren, konden vanwege een gebrekkige internetverbinding niet alle onderliggende stukken in het Asycuda-systeem worden geraadpleegd.

Een vertegenwoordiger van Ramadhin zou daarop, na vragen van de Douane, hebben meegedeeld dat alle vereiste documenten, waaronder de stukken van LVV en het vereiste fytosanitaire certificaat, door de douane-expediteur in het systeem waren geüpload. Omdat de documenten bovendien door de afdeling Vrijstellingen waren afgehandeld en afgestempeld, werd aanvankelijk fiat gegeven voor afgifte van de lading.

Kort daarna kreeg de Douane opnieuw toegang tot het systeem en werd gecontroleerd of de vereiste documenten daadwerkelijk aanwezig waren. Volgens het proces-verbaal bleek dat niet het geval te zijn. De verdere afgifte werd daarop stopgezet en het gedeelte van de rijst dat al van de haven was afgevoerd, werd teruggehaald.

De Douane heeft bij de uiteindelijke inbeslagname onder meer een beroep gedaan op de Plantenbeschermingswet 2020. Die biedt de mogelijkheid een ingevoerde zending in beslag te nemen wanneer de vereiste documenten ontbreken. In de rechtszaak voert de Staat daarnaast aan dat voor de betrokken lading geen voorafgaande fytosanitaire importtoestemming was aangevraagd en evenmin een invoervergunning kon worden aangetoond.

Baasaron had eerder aangekondigd dat de ECD beslag zou leggen, omdat de rijst zonder de vereiste invoervergunning zou zijn binnengebracht. Hij kondigde tevens aan dat zou worden nagegaan hoe de Douane eerder een deel van de lading kon vrijgeven.
Met het proces-verbaal staat nu vast dat de Douane zelf de partij in beslag heeft genomen. De rechter moet zich nog uitspreken over de vorderingen van Ramadhin. De zaak wordt donderdag voortgezet.