De voorgestelde uitbreiding en regeling van de invorderingsbevoegdheden van de Belastingdienst blijft onderwerp van discussie in De Nationale Assemblee (DNA). Parlementariërs hebben vragen gesteld over dwanginvordering, verjaring van belastingschulden, bezwaarprocedures en de bescherming van kleine ondernemers en burgers. Minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning heeft toegezegd dat de regering met een nota van wijziging komt. De behandeling van de wetsontwerpen wordt vandaag voortgezet.

Tijdens de behandeling van de ontwerp-Invorderingswet en de ontwerp-Kostenwet Invordering Belastingen benadrukte Wijnerman dat de Belastingdienst over voldoende bevoegdheden moet beschikken om openstaande belastingschulden te innen. Tegelijkertijd moeten belastingplichtigen volgens haar kunnen rekenen op duidelijke procedures, redelijke termijnen en effectieve rechtsbescherming.

Een belangrijk onderdeel van de discussie betreft de dwanginvordering. Volgens de toelichting van de minister voorziet het wetsontwerp erin dat de ontvanger, wanneer betaling na een aanmaning uitblijft, zelf een dwangbevel kan uitvaardigen. Dat bevel kan als basis dienen voor beslaglegging en executoriale verkoop, zonder dat voor iedere onbetaalde aanslag eerst een executoriale titel bij de burgerlijke rechter moet worden verkregen.

Wijnerman lichtte toe dat een belastingplichtige na een aanmaning nog veertien dagen krijgt om te betalen. Ook kunnen onder bepaalde omstandigheden derden worden verplicht bedragen die zij aan een belastingschuldige verschuldigd zijn, rechtstreeks aan de ontvanger af te dragen. Het ontwerp bevat daarnaast lijfsdwang als uiterste middel.

Verjaring en bezwaarprocedures
Vanuit het parlement werden vragen gesteld over de verjaringstermijn van vijf jaar. Wijnerman verklaarde dat de Belastingdienst na verjaring geen dwangmiddelen, zoals beslag of verrekening, meer mag toepassen wanneer binnen de wettelijke termijn geen actie is ondernomen.

Een parlementariër vroeg echter specifiek naar situaties waarin de duur van bezwaar- en beroepsprocedures bij de verjaringstermijn wordt opgeteld. Volgens hem gebeurt dit in de praktijk, terwijl onduidelijk is op welke wettelijke grondslag dat berust. Over dit punt bestaat nog behoefte aan nadere verduidelijking.

De minister ging ook in op klachten over automatische afwijzingen van bezwaren door digitale systemen. Volgens haar moet worden onderzocht of het daadwerkelijk om inhoudelijke afwijzingen gaat of om administratieve handelingen. Zij benadrukte dat digitalisering de behandeling van belastingzaken mag ondersteunen, maar dat een bevoegde instantie verantwoordelijk blijft voor een rechtmatige en gemotiveerde beslissing. Een systeemfout mag de rechtsbescherming van belastingplichtigen niet belemmeren.

Kleine ondernemers en kwetsbare burgers
Wijnerman erkende dat kleine ondernemers doorgaans over minder financiële en administratieve mogelijkheden beschikken dan grote ondernemingen. Volgens haar moet bij de uitvoering rekening worden gehouden met draagkracht, bestaanszekerheid en de continuïteit van ondernemingen.

De minister wees op mogelijkheden voor betalingsregelingen en uitstel van betaling. Daarbij moet ook ondersteuning beschikbaar zijn voor burgers die moeite hebben met digitale procedures. Verder kondigde zij aan dat de verwijzing naar de Raad van Beroep in het wetsontwerp zal worden aangepast naar de Belastingrechter. Ook zijn wijzigingen voorzien in bepalingen over uitstel van betaling en geheimhouding.