De samenleving heeft geen behoefte aan een woordenspel over de betekenis van ‘pijplijn’. Zij heeft behoefte aan duidelijkheid over de financiële toekomst van Suriname. En zolang die duidelijkheid ontbreekt, blijft kritische controle noodzakelijk, ongeacht hoe ongemakkelijk dat voor de regering of haar verdedigers ook mag zijn. 

Het hele betoog van Djever Bangé is bedoeld om de aandacht af te leiden van de wezenlijke vraag: welke financiële verplichtingen is regering-Simons van plan aan te gaan? Hoeveel gaat dat kosten en wie zal die rekening uiteindelijk betalen? Dat is absoluut geen manipulatie. President Simons heeft de betreffende informatie niet tijdens een NDP-ondro-oso-bijeenkomst gepresenteerd maar in DNA.

Het gaat om informatie die officieel aan het parlement is aangeboden. Daarmee is de discussie niet langer uitsluitend een interne aangelegenheid van de regering, maar een zaak van nationaal belang. Wanneer een regering financieringsplannen aan het parlement voorlegt, heeft de samenleving alle reden om die kritisch te beoordelen. 

Wie waarschuwt voor mogelijke schulden, verspreidt niet automatisch paniekverhalen. Bangé verwijt mij dat ik voorstellen presenteer alsof het reeds aangegane schulden zijn. Het wezenlijke punt is dat het Staatsschuldenplan financieringsbedragen noemt die gezamenlijk ongeveer US$ 850 miljoen belopen. Uiteindelijk dreigt de regering-Simons Suriname op te zadelen met een steeds hogere schuldenberg. 

Het begrotingstekort verdwijnt immers niet door het weg te zetten als een financieringspijplijn. Als de NDP-regering het begrotingstekort niet uit eigen inkomsten kan dekken, zal zij moeten lenen of aantoonbare alternatieve inkomstenbronnen moeten presenteren. Zo dreigt de regering-Simons de financiële lasten van haar beleid door te schuiven naar de bevolking en toekomstige generaties, terwijl zij juist nu openheid moet geven over de gevolgen van haar financieringsplannen.

Daarbij gaat het volgens de gepubliceerde informatie om circa US$ 559 miljoen aan buitenlandse en US$ 291,5 miljoen aan binnenlandse financiering. Dat deze bedragen verschillende statussen kunnen hebben, doet niets af aan de noodzaak om ze kritisch te onderzoeken. Integendeel, omdat een deel nog in voorbereiding is, moet het parlement weten welke plannen concreet zijn. Waar zijn de cijfers over rente, looptijden, aflossingen en terugbetalingsbronnen?

De redenering van Bangé dat de financieringspijplijn geen schuldenberg is, klinkt geruststellend, maar is daarmee nog geen inhoudelijke weerlegging van mijn waarschuwing. Hij bestrijdt vooral een interpretatie van de cijfers, terwijl hij onvoldoende antwoord geeft op de fundamentele vragen over de financieringsbehoefte en de terugbetalingscapaciteit van Suriname.

Hij voert de stabiele wisselkoers sinds het aantreden van de huidige regering aan als argument, terwijl die stabiele wisselkoers al bereikt was onder oud-president Santokhi. Bangé probeert de discussie te verleggen naar regering-Bouterse en regering- Santokhi. Volgens hem had regering-Bouterse te maken met zware financiële crises en moest zij daarom de kapitaalmarkt opzoeken.

Tegelijkertijd beweert hij dat de regering-Simons direct na haar aantreden nadelig geherstructureerde leningsovereenkomsten van regering-Santokhi moest aanpakken. Dat is een en al een misleiding en een grove leugen. Het verleden kan verklaren waarom bepaalde maatregelen noodzakelijk waren, maar het kan nooit dienen als een onbeperkt excuus voor nieuw financieel wanbeleid van regering Simons. 

Een lening voor een project dat aantoonbaar economische waarde oplevert, kan verantwoord zijn. Een lening voor uitgaven zonder duurzame opbrengst kan daarentegen een zware last worden voor toekomstige generaties. Daarom moeten niet alleen de bedragen, maar ook de voorwaarden, looptijden, rentepercentages en terugbetalingsbronnen openbaar worden gemaakt. 
Volgens de aangehaalde begrotingscijfers worden de overheidsinkomsten voor 2027 geraamd op SRD 70,1 miljard en de uitgaven op SRD 80,9 miljard. Dat betekent een geraamd tekort van SRD 10,8 miljard. Dat tekort bewijst niet dat alle genoemde financieringen onverantwoord zijn, maar het maakt de vraag naar de financieringsbehoefte en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën juist extra relevant. 

Wie iemand verwijt onvoldoende diepgang te hebben, moet zelf met cijfers, voorwaarden en controleerbare argumenten komen. Ik blijf erbij dat de lening in de pijplijn zorgt voor een schuldenberg. Je gaat moeten lenen, je hebt geen andere optie. De samenleving moet tijdig weten welke financiële verplichtingen de regering overweegt aan te gaan en welke risico’s daaraan verbonden zijn. 

Een schuldenberg ontstaat niet pas op de dag waarop de laatste handtekening onder een leningsovereenkomst wordt gezet. De risico’s kunnen al veel eerder zichtbaar zijn, namelijk wanneer deze NDP- regering omvangrijke financieringsplannen presenteert zonder overtuigend aan te tonen hoe de rekening duurzaam zal worden betaald.

Maar doen alsof een pijplijn van honderden miljoenen Amerikaanse dollars geen reden is voor kritische vragen, is evenmin een serieuze benadering. Suriname heeft geen behoefte aan politieke geruststellingsverhalen, ongeacht van welke partij die afkomstig zijn. Het land heeft behoefte aan transparantie, financiële discipline en een regering die niet alleen vertelt wat zij wil lenen.

Idris Naipal