Steven Reyme A20-fractieleider
De nieuwe Invorderingswet moet de Belastingdienst meer mogelijkheden geven om belastingschulden daadwerkelijk te innen, maar in De Nationale Assemblee (DNA) bestaan zorgen over de bescherming van burgers en ondernemers. Vooral het doorgaan van beslag terwijl een belastingaanslag nog wordt betwist en de bescherming van het bestaansminimum kregen donderdag veel aandacht.

De ontwerpwet bepaalt dat bezwaar of beroep tegen een belastingaanslag de betalingsverplichting niet automatisch opschort. De Belastingdienst kan daardoor in beginsel doorgaan met de invordering, ook wanneer de belastingplichtige de aanslag gemotiveerd bestrijdt.
Verschillende Assembleeleden vinden dat hiervoor voldoende waarborgen moeten worden ingebouwd. Tijdens de behandeling werd erop gewezen dat invordering gevolgen kan hebben die achteraf moeilijk of zelfs niet meer zijn terug te draaien.

Bij een onderneming kan beslag op het werkkapitaal er bijvoorbeeld toe leiden dat salarissen en leveranciers niet meer kunnen worden betaald. Als later blijkt dat de belastingaanslag te hoog of onjuist was, krijgt de ondernemer mogelijk wel zijn geld terug, maar daarmee worden verloren klanten, arbeidsplaatsen of bedrijfsactiviteiten niet automatisch hersteld.

Tijdens het debat werd daarom gevraagd naar een snelle mogelijkheid om de invordering tijdelijk te laten schorsen wanneer een belastingplichtige een aanslag gemotiveerd betwist. De ontwerpwet kent wel de mogelijkheid om uitstel van betaling te vragen. Vanuit het parlement werd echter aangedrongen op duidelijke regels voor de omstandigheden waaronder zo'n uitstel wordt verleend. Ook werd voorgesteld dat snel toegang tot de rechter mogelijk moet zijn wanneer de ontvanger een verzoek om uitstel afwijst.

A20-fractieleider Steven Reyme koppelde hieraan een tweede probleem: wat blijft er voor een burger over wanneer de Belastingdienst beslag legt op loon, pensioen, uitkering of banktegoed? Hij vroeg de regering hoe wordt gegarandeerd dat burgers voldoende geld behouden voor onder meer voeding, huisvesting, medische zorg en de verzorging van hun kinderen. Reyme wil dat het bestaansminimum uitdrukkelijk wettelijk wordt beschermd, ook wanneer verschillende schuldeisers tegelijkertijd proberen te innen.

“We geloven allemaal dat die belastingwet moet komen. Maar aan de andere kant moeten we ook kijken hoe we de rechten van onze burgers beschermen”, stelde hij tijdens het debat. Volgens hem moet er een evenwicht worden gevonden tussen de bevoegdheid van de Staat om belastingen te innen en de bescherming van burgers. Ook de mogelijkheid van beslag via derden kwam ter sprake. De ontvanger kan onder bepaalde omstandigheden geld dat een derde aan een belastingplichtige verschuldigd is, rechtstreeks opeisen voor betaling van de belastingschuld.

Bijzonder is ook de mogelijkheid van digitaal beslag bij een bank. Tijdens het debat werd erop gewezen dat volgens de voorgestelde regeling een bericht aan de bank voldoende kan zijn. Daarbij werden vragen gesteld over de kennisgeving aan de rekeninghouder en welk deel van het banksaldo buiten het beslag moet blijven. De parlementariërs benadrukten dat modernisering van de belastinginvordering noodzakelijk is, maar dat de ruimere bevoegdheden van de fiscus gepaard moeten gaan met duidelijke rechtsbescherming voor burgers en bedrijven.