De Surinaamse gezondheidszorg verkeert sinds 2015 in crisis. Recent verschenen berichten dat het SZF als enige publieke financier een centrale rol zou moeten krijgen binnen een single payer-systeem.

Opvallend genoeg noemt het Concept Strategisch Raamwerk Gezondheidszorg 2026–2030 geen overgang naar een dergelijk systeem. Integendeel: hoofdstuk 6.1.4 pleit voor duurzame financiering waarbij publiek-private samenwerking systematisch wordt benut.
Welke richting kiest het beleid?

Een single payer-systeem klinkt aantrekkelijk: één verzekeraar, minder administratie, grotere risicospreiding en betere kostenbeheersing. Maar reorganisatie kan ook een vlucht vooruit worden: het systeem verandert, terwijl de oorzaken van de crisis blijven bestaan.
In de Surinaamse zorg, waar financiële tekorten al jaren een centrale rol spelen, is die valkuil reëel. Daarom moet eerst de vraag worden beantwoord welk probleem wij willen oplossen, en pas daarna welk systeem daarbij past.

Eerst de diagnose
Ziekenhuizen staan financieel onder druk, tarieven lopen achter, personeel raakt overbelast en patiënten ervaren tekorten. Maar hoeveel weten wij werkelijk over de geldstromen? Wat kost zorg per verzekerde? Waar liggen de inefficiënties? Hoe groot zijn betalingsachterstanden? Wie betaalt daadwerkelijk premies en belastingen en wie wordt door anderen gesubsidieerd? Zonder betrouwbare antwoorden is een ingrijpende stelselwijziging geen hervorming, maar een sprong in het duister.

Eerst repareren
Bij de installatie van het nieuwe SZF-bestuur werden begin 2026 transparantie en financiële discipline als prioriteiten genoemd. Tegelijkertijd werd single payer als doelstelling gepresenteerd. Moet een organisatie die haar governance en financiële discipline nog moet versterken, tegelijkertijd verantwoordelijk worden voor vrijwel het gehele zorgstelsel? Suriname beschikt bovendien al decennia lang over een hybride stelsel. Naast het SZF bestaat een particuliere verzekeringssector die keuzevrijheid biedt en financiële risico's helpt spreiden. Waarom die spreiding opgeven terwijl publieke middelen schaars zijn? Of rekent men er op dat toekomstige olie-inkomsten alle problemen zullen oplossen?

Solidariteit moet breder worden gedragen

Een aanzienlijk deel van de economische activiteit bevindt zich buiten belasting- en premieheffing. Werknemers, bedrijven en andere formele belastingbetalers dragen daardoor een onevenredig groot deel van de collectieve lasten. Wanneer een nieuw zorgstelsel opnieuw vooral door deze groepen wordt gefinancierd, wordt solidariteit eenrichtingsverkeer. Dat ondermijnt het draagvlak. Zorgfinanciering kan daarom niet los worden gezien van betere belastinginning, formalisering van economische activiteit en overheidshervorming. Een nieuw verzekeringsstelsel creëert immers geen nieuw geld. Het verandert vooral wie het int en wie het uitgeeft.

De les van Aruba
Aruba voerde in 2001 de Algemene Ziektekostenverzekering (AZV) in en kent sindsdien universele dekking. Maar ook daar bleken premies onvoldoende om alle uitgaven te dekken. Aanvullende financiering en kostenbeheersing bleven noodzakelijk. Universele verzekering en single payer lossen dus niet automatisch twee fundamentele problemen op: voldoende inkomsten verwerven en zorguitgaven beheersen.

De oliedollars zijn nog geen zorgbudget
De verwachte offshore-olieproductie vanaf 2028 kan Suriname financieel meer mogelijkheden bieden. Maar toekomstige inkomsten zijn nog geen huidige inkomsten. Juist nu moeten begrotingsdiscipline, instituties en uitvoeringscapaciteit worden versterkt. Olie-inkomsten mogen bestaande inefficiënties niet verhullen, maar moeten een reeds verbeterd systeem verder versterken. Saneren doe je vóórdat het geld binnenkomt, niet erna.

Geen revolutie maar evolutie
De discussie moet niet gaan over publiek óf privaat, SZF óf particuliere verzekeraars. Belangrijker is hoe solidariteit, doelmatigheid en keuzevrijheid elkaar kunnen versterken. Dat vraagt minder spectaculaire, maar noodzakelijke maatregelen. Breng geldstromen in kaart. Bereken werkelijke kostprijzen. Moderniseer de administratie. Hervorm het SZF. Verbeter premie- en belastinginning. Versterk de eerste lijn en haar poortwachtersfunctie. Definieer een betaalbaar basispakket. Maak afspraken over kwaliteit, kosten en zorgvolume. Kortom: ruil retoriek voor pragmatiek. Pas daarna kan worden vastgesteld of verdere centralisatie daadwerkelijk voordelen biedt.

Besluit
Suriname heeft niet in de eerste plaats behoefte aan een nieuwe naam voor zijn zorgstelsel. Een single payer-systeem kan functioneren. 
Maar één betaler betekent niet automatisch één oplossing.

Gebrekkige informatie, achterstallige tarieven, institutionele zwakte en onvoldoende kostenbeheersing verdwijnen niet wanneer alle geldstromen door één loket worden geleid. Dan hebben wij slechts een groter loket gecreëerd.

Een volledige overstap lijkt daarom momenteel eerder een theoretische blauwdruk dan een oplossing die aansluit bij de Surinaamse praktijk.
Hervorming moet niet gericht zijn op het terugdringen van de private sector, maar op versterking van het geheel. Zeker met toekomstige olie-inkomsten in het vooruitzicht zou meer financiële armslag niet gepaard moeten gaan met minder keuzevrijheid.

Suriname verdient daarom eerst brede dialoog, transparantie, sanering, draagvlak en institutionele versterking.

Niet eerst het huis verbouwen en daarna onderzoeken waarom de fundering scheurt.

Eerst de basis.

Daarna verder.

Julian Pengel