BEP-fractieleider Ronny Asabina vindt dat Suriname veel scherper moet toezien op de inkomsten die de Staat ontvangt van multinationale ondernemingen, zeker nu het land aan de vooravond staat van grootschalige olieproductie. Als de benodigde fiscale en financiële deskundigheid niet binnen de overheid aanwezig is, moet die volgens hem worden ingekocht.

Asabina stelde tijdens de behandeling van de Invorderingswet en de Kostenwet Invordering Belastingen in De Nationale Assemblee dat de Staat niet zonder meer moet uitgaan van financiële informatie die door grote ondernemingen wordt aangeleverd. Hij kreeg daarbij steun van andere parlementariërs, die eveneens aandacht vroegen voor de capaciteit van de Belastingdienst om complexe bedrijfsadministraties te controleren. De BEP-fractieleider zei niet te voelen voor een behandeling van multinationals “met een fluwelen handschoen”. Hij vindt dat Suriname zelf voldoende deskundigheid moet opbouwen of aantrekken om vast te stellen of het land daadwerkelijk ontvangt waarop het recht heeft.

“Kennis is een handelsproduct”, stelde Asabina. Volgens hem is het geen schande wanneer bepaalde specialistische kennis niet binnen de overheid aanwezig is. Die deskundigheid kan worden ingekocht wanneer daarmee wordt voorkomen dat de Staat inkomsten misloopt. Hij is ervan overtuigd dat investeringen in deskundigheid uiteindelijk veel meer geld voor de staatskas kunnen opleveren.

De kwestie wordt volgens Asabina nog belangrijker met de ontwikkeling van de offshore olie- en gasindustrie. Hij plaatste vraagtekens bij de optimistische verwachtingen over toekomstige belastinginkomsten. Asabina verwees onder meer naar prognoses over 36 procent winstbelasting, maar maakte duidelijk dat hij de onderliggende cijfers en afspraken zelf wil kunnen beoordelen. Ook dringt hij opnieuw aan op meer openheid over de afspraken die Staatsolie heeft gemaakt rond de olie- en gasontwikkeling. Asabina vindt het onaanvaardbaar dat het parlement geen inzage zou kunnen krijgen in overeenkomsten die betrekking hebben op natuurlijke hulpbronnen van het land. “Het is geen olie- en gasindustrie van Staatsolie”, benadrukte hij.

Asabina wil daarom dat het eerder toegezegde comité-generaal wordt gehouden. In zo'n besloten vergadering zou het parlement volgens hem inzicht moeten krijgen in de verplichtingen en afspraken die Staatsolie in de olie- en gasindustrie is aangegaan. Tijdens het debat werd ook gepleit voor gespecialiseerde capaciteit binnen Financiën om de boeken van multinationals nauwkeurig te kunnen onderzoeken. Daarbij werd gewezen op ondernemingen in de mijnbouw en de toekomstige belasting- en royalty-inkomsten uit olie en gas.

Asabina vindt dat belastinginning niet alleen effectief, maar ook gelijkwaardig moet plaatsvinden. Ondernemingen die natuurlijke hulpbronnen exploiteren, moeten volgens hem daadwerkelijk binnen het fiscale systeem worden gebracht. De Belastingdienst moet daarvoor niet alleen in Paramaribo, maar ook in de districten voldoende zichtbaar en actief zijn.