Minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.
Het tekort aan leslokalen bedraagt meer dan 150. De ongeveer honderd lokalen die de regering wil realiseren, zullen daarom niet voldoende zijn om het ruimtegebrek in het onderwijs volledig op te lossen. Dat heeft de minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur donderdag in De Nationale Assemblée (DNA) erkend tijdens de beantwoording van vragen over de moeizame start van het nieuwe schooljaar.

De minister reageerde op de zorgen van Assembleeleden over leerlingen die door het tekort aan lokalen slechts enkele dagen per week naar school kunnen. Volgens de bewindsman zijn de problemen het gevolg van achterstanden die in de loop van meerdere jaren zijn ontstaan. Eerder had hij aangegeven dat wordt gewerkt aan de bouw van 93 leslokalen en drie ICT-lokalen. Het streven is deze uiterlijk eind december gereed te hebben. Daarmee hoopt het ministerie dat leerlingen die nu volgens een roulatiesysteem les krijgen, vanaf het tweede kwartaal weer volledig naar school kunnen.

Tijdens de aanvullende vragenronde erkende de minister echter dat het totale tekort groter is dan het aantal lokalen dat momenteel wordt gebouwd of voorbereid. “Eigenlijk bouwen we honderd, maar het tekort is meer dan 150”, verklaarde hij. Volgens de minister moet na de afronding van de lopende projecten opnieuw worden vastgesteld hoeveel extra lokalen nodig zijn. Verdere uitbreiding zal mede afhangen van de beschikbare financiële middelen.

Ook 79 leerkrachten langdurig afwezig

Het ruimtegebrek is niet het enige probleem. De minister maakte bekend dat 79 leerkrachten langdurig afwezig zijn. Dit vergroot het bestaande tekort aan onderwijzend personeel. Volgens de eerder gepresenteerde cijfers bestaat bij het voortgezet onderwijs voor junioren een tekort van 74 vakleerkrachten. Vooral voor biologie, tekenen, lichamelijke opvoeding en natuurkunde zijn onvoldoende docenten beschikbaar. Bij het voortgezet onderwijs voor senioren gaat het om een tekort van 27 leerkrachten.

Om de personeelsproblemen te verminderen, worden gepensioneerde leerkrachten opnieuw ingezet. De minister heeft daarnaast binnen de Raad van Ministers voorgesteld leerkrachten die dat willen de mogelijkheid te geven tot hun 62e door te werken. Leerkrachten zouden daarbij kunnen kiezen voor verlenging van hun dienstverband of voor pensionering, gevolgd door een arbeidsovereenkomst. Volgens de minister moet deze aanpak helpen om ervaren onderwijsgevenden langer voor het onderwijs te behouden.

Ook heeft hij andere ministeries aangeschreven met het verzoek na te gaan of bevoegde leerkrachten die daar werkzaam zijn, enkele uren per week kunnen lesgeven.

Nog honderden leerlingen niet aangemeld
Een ander knelpunt is de plaatsing van leerlingen. Volgens de minister hebben meer dan 300 leerlingen zich nog niet gemeld bij de scholen waaraan zij zijn toegewezen. Het ministerie onderzoekt of zij inmiddels elders zijn ingeschreven of om andere redenen niet zijn verschenen.
Scholen moeten uiterlijk 22 oktober hun leerlingengegevens over de stand per 15 oktober indienen. Pas daarna verwacht het ministerie een betrouwbaarder overzicht van de plaatsingsproblemen en de resterende tekorten.

Assembleeleden drongen aan op concrete oplossingen en een tijdschema. Zij willen voorkomen dat leerlingen gedurende een groot deel van het schooljaar onderwijs blijven missen. De minister stelde dat de bouw van extra lokalen, de inzet van gepensioneerde leerkrachten en de uitbreiding van digitaal onderwijs moeten bijdragen aan het verminderen van de problemen. Hij erkende tegelijkertijd dat daarmee nog niet alle achterstanden zijn weggewerkt.