Rijstimporteur Bhagwatpersad Ramadhin heeft vandaag zijn kort geding tegen de Staat ingetrokken. Tijdens de voortzetting van de comparitie van partijen werd hij voor de keuze gesteld zijn vordering in te trekken of een afwijzing door de rechter tegemoet te zien. De zaak draaide om een partij rijst uit Guyana die zonder de vereiste invoervergunning naar Suriname was gebracht en inmiddels door de douane in beslag is genomen.

Tijdens de zitting kwam aan de orde dat rijst op de zogenoemde negatieve lijst staat. Voor de invoer van deze goederen is vooraf toestemming vereist van het ministerie van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie (EZOTI). Ramadhin beschikte niet over de vereiste invoervergunning.

De rechter maakte tijdens de behandeling duidelijk dat een rechterlijke beslissing niet in strijd kan zijn met de geldende wetgeving. Ramadhin stond daardoor voor de keuze zijn vordering in te trekken of deze te laten afwijzen. Hij koos ervoor de zaak in te trekken.

De importeur had de rechter ingeschakeld in verband met de tegengehouden rijstzending. De douane heeft inmiddels beslag gelegd op de partij rijst, omdat volgens de autoriteiten sprake is van invoer in strijd met de wettelijke voorschriften. De goederen worden als vermoedelijke smokkelwaar aangemerkt.

De kwestie draait niet alleen om de vereiste toestemming van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV), maar ook om de invoervergunning die op grond van de Wet Goederenverkeer vooraf moet worden verkregen. Rijst staat op de negatieve lijst, waardoor invoer zonder de vereiste vergunning niet is toegestaan.

Met de intrekking van het kort geding is de civiele procedure beëindigd zonder een inhoudelijk eindvonnis. Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij blijft bij zijn standpunt dat het om smokkelwaar gaat en dat volgens de wettelijke procedure de zaak moet worden afgehandeld.