Handelaren werken op de vloer van de New York Stock Exchange. (Foto: Reuters)
Amerikaanse aandelenmarkten zijn donderdag verder teruggevallen van recordniveaus, terwijl de olieprijs opnieuw boven de 100 dollar per vat stijgt. Beleggers vrezen dat de oplopende spanningen rond Iran, aanvallen op schepen in de Straat van Hormuz en verstoringen van de Amerikaanse olieproductie de inflatie kunnen aanjagen en de rente langer hoog kunnen houden.

Wall Street staat opnieuw onder druk nu geopolitieke onzekerheid en stijgende obligatierentes samenkomen met een nieuwe stijging van de olieprijzen.

De S&P 500 en Nasdaq, die eerder deze week nog recordhoogtes bereikten, trokken zich woensdag terug. Ook donderdag stonden de Amerikaanse aandelenmarkten onder druk. Vooral technologieaandelen kregen het moeilijker, terwijl beleggers hun aandacht verlegden naar de snel oplopende rente op Amerikaanse staatsobligaties.

De beweging op de aandelenmarkten komt op een moment dat de rente op Amerikaanse staatsobligaties niveaus bereikt die in ruim twee decennia niet meer zijn gezien.

Het rendement op de tienjarige Amerikaanse Treasury liep donderdag op tot ongeveer 5,3 procent. Daarmee blijft de rente dicht bij het hoogste niveau sinds 2002. Hogere obligatierentes maken lenen duurder voor bedrijven en consumenten en kunnen tegelijkertijd aandelenwaarderingen onder druk zetten.

Olie opnieuw boven 100 dollar

Een belangrijke oorzaak van de nervositeit is de olieprijs.

Brent-olie, de internationale benchmark, steeg donderdag met meer dan 4 procent tot ongeveer 104,75 dollar per vat. Amerikaanse West Texas Intermediate (WTI) klom eveneens ruim 4 procent tot ongeveer 92,28 dollar. Beide contracten bereikten daarmee het hoogste niveau in meer dan een week.

De stijging volgt op nieuwe aanvallen op commerciële schepen rond de Perzische Golf en de Straat van Hormuz.

De zeestraat is een van de belangrijkste energieroutes ter wereld. Ongeveer een vijfde van de wereldwijde oliehandel passeert normaal gesproken deze smalle doorgang tussen Iran en Oman. Een langdurige verstoring kan daardoor gevolgen hebben voor brandstofprijzen en inflatie ver buiten het Midden-Oosten.

De zorgen zijn de afgelopen dagen verder toegenomen. Volgens gegevens die door Reuters zijn aangehaald, passeerden op 6 oktober slechts zeven vrachtschepen met grondstoffen de Straat van Hormuz, het laagste aantal in meer dan twee maanden. Het aantal liep woensdag iets op naar tien, maar bleef ver onder de meer dan twintig passages per dag eerder deze week.

Ook de hoeveelheid ruwe olie die door de zeestraat stroomde, daalde met ongeveer 27 procent tot 10,1 miljoen vaten per dag, ongeveer 74 procent van het niveau van voor de oorlog.

Tegelijkertijd zijn alternatieve exportcorridors in het Midden-Oosten belangrijker geworden. Daardoor zijn de totale olie-exporten uit de regio minder sterk gedaald dan de problemen rond Hormuz op zichzelf zouden doen vermoeden.

Recordaantal aanvallen op tankers
De scheepvaart is inmiddels een van de belangrijkste bronnen van onzekerheid voor de energiemarkt.

Volgens Reuters werden tussen 28 september en 5 oktober minstens twaalf incidenten gemeld waarbij tankers in en rond de Straat van Hormuz werden aangevallen, aangevallen probeerden te worden of werden lastiggevallen. Daarmee was vorige week de meest gewelddadige week voor de scheepvaart sinds het uitbreken van de oorlog.

De Internationale Maritieme Organisatie (IMO) heeft inmiddels tientallen aanvallen op internationale scheepvaart in en rond de Straat van Hormuz geregistreerd. De organisatie waarschuwt al maanden voor de gevolgen voor de veiligheid van bemanningen en de vrije doorvaart.

United Kingdom Maritime Trade Operations meldde een toename van het aantal aanvallen op schepen in de Straat van Hormuz. (Getty Images)

Een recente aanval onderstreepte opnieuw het risico. India meldde dat twaalf bemanningsleden gewond raakten toen een onder Panamese vlag varende tanker in de Straat van Hormuz werd geraakt door een onbekend projectiel.

Iran heeft intussen gewaarschuwd dat het bepaalde vaarroutes door de Straat van Hormuz verder wil beperken en zegt controle over de waterweg te willen afdwingen. Dat heeft de onzekerheid voor rederijen verder vergroot.

IEA probeert markt te kalmeren
Tegenover de groeiende zorgen over de aanvoer staat een poging van olieproducerende en consumerende landen om voldoende reserves beschikbaar te maken.

Landen die zijn aangesloten bij het Internationaal Energieagentschap (IEA) hebben woensdag steun uitgesproken voor een versnelling van eerder aangekondigde vrijgave van noodvoorraden. Daarbij moet extra aandacht uitgaan naar diesel, omdat juist de dieselmarkt onder grote druk staat.

Volgens het IEA is tot nu toe ongeveer 325 miljoen vaten vrijgegeven uit de collectieve noodvoorraden. Van de eerder toegezegde hoeveelheden resteert nog ongeveer 100 miljoen vaten die beschikbaar kunnen komen. Het IEA zegt daarnaast over ongeveer 1,1 miljard vaten aan publiek aangehouden noodvoorraden te beschikken, waaronder meer dan 200 miljoen vaten diesel.

De wereldwijde olieprijzen en de impact van de oorlog
Brent-ruwe olie is de maatstaf voor ongeveer driekwart van de wereldwijde olie. West Texas Intermediate (WTI) is een prijsbarometer voor Amerikaanse olie.

De G7 had vorige week al besloten, in samenwerking met het IEA, extra olie en diesel uit strategische reserves beschikbaar te stellen. Het doel is de markt te stabiliseren en de gevolgen van de verstoringen rond de Straat van Hormuz te beperken.

De maatregel heeft de prijsstijgingen tijdelijk afgeremd, maar de nieuwste aanvallen op schepen laten zien hoe kwetsbaar de markt blijft.

Ook Amerikaanse productie onder druk
De olievoorziening krijgt bovendien te maken met een tweede probleem, ditmaal dichter bij huis.

Tropische storm Isaias is inmiddels uitgegroeid tot de eerste orkaan van het Atlantische seizoen. De storm trekt richting de noordelijke Golf van Mexico, waar belangrijke olie- en gasinstallaties liggen.

Shell en Chevron hebben personeel geëvacueerd en delen van hun offshoreproductie stilgelegd. Volgens Amerikaanse cijfers was woensdag ongeveer 25 procent van de olieproductie en ruim 16 procent van de aardgasproductie in de Golf van Mexico tijdelijk uitgeschakeld.

Daarmee komen geopolitieke risico's in het Midden-Oosten en een tijdelijke productieverstoring in de Verenigde Staten tegelijkertijd samen.

Inflatie opnieuw centraal
Voor financiële markten is vooral de mogelijke wisselwerking tussen olieprijzen en rente belangrijk.

Duurdere olie vertaalt zich uiteindelijk in hogere transport- en productiekosten en kan daarmee de inflatie opnieuw aanwakkeren. Dat vergroot de druk op centrale banken om de rente langer hoog te houden of, als de inflatie verder oploopt, opnieuw te verhogen.

De Federal Reserve heeft eerder laten doorschemeren dat een nieuwe renteverhoging later dit jaar mogelijk blijft. Fed-bestuurder Christopher Waller zei deze week dat de centrale bank flexibel moet blijven ten aanzien van verdere renteverhogingen.

Voor beleggers betekent dat een ongemakkelijke combinatie: hogere olieprijzen, hogere obligatierentes en tegelijkertijd onzekerheid over de economische gevolgen van de oorlog.

Dat verklaart waarom de aandelenmarkten zo sterk reageren op iedere nieuwe ontwikkeling rond Iran en de Straat van Hormuz.

Markten blijven gevangen tussen aanbod en hoop op stabiliteit
De situatie op de oliemarkt is daardoor paradoxaal.

Enerzijds zijn de olie-exporten vanuit de Golf de afgelopen weken gedeeltelijk hersteld en zijn alternatieve transportroutes sterker benut. Dat heeft voorkomen dat de wereldmarkt met een nog groter tekort werd geconfronteerd.

Anderzijds neemt het aantal aanvallen op schepen toe, daalt het verkeer door de Straat van Hormuz en worden verzekerings-, transport- en veiligheidskosten hoger.

Voor beleggers betekent dat dat de markt niet alleen reageert op de hoeveelheid olie die daadwerkelijk wordt geproduceerd, maar ook op de vraag of die olie veilig bij afnemers kan komen.

Zolang de oorlog voortduurt en de veiligheid van de belangrijkste scheepvaartroute voor de wereldwijde oliehandel onzeker blijft, zal die risicopremie waarschijnlijk in de olieprijs en op de financiële markten zichtbaar blijven.

De grote vraag voor de komende dagen is daarom niet alleen hoeveel olie beschikbaar is, maar ook hoeveel ervan daadwerkelijk door Hormuz kan worden vervoerd — en hoe lang de financiële markten de combinatie van hoge olieprijzen en hoge rentes kunnen verdragen.